Hare Koninklijke Hoogheid prinses Mabel van Oranje

Jaarthematekst 2020

Door Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Mabel

Kom vanavond met verhalen
Hoe de oorlog is verdwenen,
En herhaal ze honderd malen:
Alle malen zal ik wenen.

Elke keer wanneer ik deze prachtige, laatste regels uit het gedicht Vrede van Leo Vroman lees, realiseer ik me weer hoeveel betekenis verhalen in mijn leven hebben.
Het begon met de verhalen die mijn vader bij ons thuis aan tafel vertelde als hij terugkwam van de reizen die hij voor zijn werk naar Zuid-Amerika maakte. Ik was zeven, acht jaar oud, een kind nog. Door die verhalen ging ik al vroeg inzien dat er een wereld bestaat die zo volkomen anders is dan het Nederland waarin ik opgroeide: een wereld van armoede, waar je kunt sterven door een gebrek aan voedsel, waar scholen en ziekenhuizen geen vanzelfsprekendheid zijn. De meeste kinderen daar, begreep ik, zullen nooit dezelfde kansen hebben als mijn klasgenootjes en ik.

Dat maakte een gevoel van onrecht in mij los. Waarom zou je achtergrond of geboorteplaats bepalend zijn voor je mogelijkheden in het leven? Hebben we niet allemaal recht op gelijke kansen? Ik was negen toen mijn vader onverwachts stierf. Maar zijn verhalen over ongelijkheid, armoede en onrecht zal ik mijn hele leven niet meer vergeten. Ze hebben hun stempel gedrukt op de manier waarop ik naar mensen en de wereld kijk, ze liggen ten grondslag aan vele van de keuzes die ik in mijn leven maak.

Zo zijn mijn vaders verhalen over ongelijkheid en onrecht een belangrijke motivatie voor mijn huidige werk om een wereld zonder kindhuwelijken te bereiken. Ik ontmoet vaak kindbruidjes van dertien of veertien jaar, meisjes die van school zijn gehaald om te trouwen, die baby’s krijgen terwijl hun lichaam daar nog niet klaar voor is, en die vaak slachtoffer worden van huiselijk en seksueel geweld. Als mijn dochters toevallig elders in de wereld waren geboren, was dit dan hun lot geweest?, vraag ik me nu, als ouder van twee dochters, af.

Gecompliceerde werkelijkheid

En dan zijn er de verhalen die ik hoorde in New York, toen ik bij de Verenigde Naties stage liep tijdens mijn studie politicologie. Dat was in 1993. In het voormalige Joegoslavië – op zo’n twee uur vliegen van ons land – woedde een oorlog tussen bevolkingsgroepen die decennia lang vreedzaam naast elkaar hadden geleefd. Mensen werden verjaagd, verkracht en vermoord omdat ze tot een ‘andere’ etnische groep behoorden. Sarajevo, de multiculturele hoofdstad van Bosnië, werd belegerd door Servische troepen. Elke dag stierven er onschuldige mensen door kogels en granaten, of simpelweg door gebrek aan medicijnen. Naïef als ik toen nog was, dacht ik dat de Verenigde Naties een einde zouden maken aan geweld en oorlogsmisdaden. We hadden toch de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens waaraan alle landen zich ooit gebonden hebben? Werden in die Verklaring niet de fundamentele rechten van ieder mens gewaarborgd, zoals het recht om te leven in vrijheid en veiligheid?

Maar de werkelijkheid bleek stukken gecompliceerder. Vanaf de publieke tribune van de Veiligheidsraad hoorde ik gepassioneerde toespraken over vrede, vrijheid en gerechtigheid. Maar achter die grote woorden gingen vaak tegengestelde visies en belangen schuil. Voor het verwezenlijken van mensenrechten is iets heel anders nodig. Op de tiende herdenking van de Universele Verklaring zei de ‘founding mother’ Eleanor Roosevelt dat mensenrechten in het klein, dicht bij huis beginnen. Daar maken ze daadwerkelijk een verschil. ‘Concerted citizen action’ is hiervoor nodig: gezamenlijke inspanning van iedere burger. Als mensenrechten in ons dagelijks leven geen concrete betekenis hebben, hebben ze ook weinig gewicht elders in de wijde wereld, in de vergaderzalen waar de ‘grote’ beslissingen vallen.

Mijn ervaringen bij de Verenigde Naties gaven bij mij de doorslag om me in mijn werk te gaan inzetten voor vrede en mensenrechten – want niets doen en, erger nog, niets willen doen, kon en kan ik niet uitstaan. Dat werk bracht me regelmatig in Sarajevo, waar ik met eigen ogen zag hoe gewone burgers, die zich niet konden verdedigen, soms als schietschijf werden gebruikt. Ik sprak slachtoffers van etnische zuiveringen en verkrachtingen en vroeg me vertwijfeld af hoe deze gruwelijke misdaden aan het eind van de 20ste eeuw vlak bij huis mogelijk waren. Er zou, zo hadden we sinds 1945 gezegd, in Europa toch ‘nooit meer oorlog’ zijn?

Haat bestrijden

Er zijn meer verhalen die ik nooit zal vergeten. Daarvan is dit er één. In juni 2016, enkele dagen voor het Brexit-referendum, werd mijn lieve vriendin Jo Cox vermoord. Zij was moeder van twee jonge kinderen, en sinds een jaar lid van het Britse Lagerhuis. Dit was een politieke moord, uitgerekend in het land van de Bill of Rights, dat vaak als bakermat van de moderne democratie wordt gezien. Tijdens haar eerste speech in het parlement sprak Jo over de grote diversiteit in haar kiesdistrict, met woorden die niet vaak genoeg gehoord kunnen worden: ‘Er is zo veel meer dat ons bindt dan dat ons verdeelt.’ Jo was een levend en inspirerend toonbeeld van tolerantie, een verdedigster van mensenrechten en diversiteit, en een activiste tegen onrecht, discriminatie en haat. De moord was bedoeld om haar stem te smoren, maar het maakte dat miljoenen haar hoorden.
Ik herinner me een van mijn laatste gesprekken met Jo, op haar gezellige woonboot in de Theems dicht bij Tower Bridge in Londen. We maakten ons zorgen over het toenemende populisme, de verharding van het politieke debat en het opstoken van haat tegen minderheden. Jo constateerde dat gevoelens van angst en onveiligheid, aangewakkerd door opportunisten op zoek naar macht, leidden tot meer agressie op sociale media en groeiende onvrede met de politiek. Ze vreesde dat deze ontwikkelingen uit de hand zouden kunnen lopen. Wij konden toen niet vermoeden dat zij enkele maanden later zelf het slachtoffer zou worden van extremisme en haat.

Familie en vrienden waren vastbesloten om deze politieke moord niet te laten leiden tot nog meer haat, want dat was precies wat de moordenaar met zijn daad beoogde. In de geest van Jo namen wij ons voor deze haat te bestrijden door het mobiliseren van liefde en empathie. In de dagen na haar dood organiseerden we een memorial op Trafalgar Square om Jo te herdenken en haar idealen te laten zegevieren. Sindsdien zijn er ieder jaar talrijke initiatieven in het hele Verenigd Koninkrijk om verschillende gemeenschappen samen te brengen en wederzijds begrip te bevorderen. De activiteiten variëren van theedrinken met eenzame buurtbewoners tot gemeenschappelijke dorpspicknicks en uitwisselingprogramma’s tussen bewoners van kiesdistricten die voor en tegen Brexit hebben gestemd. De gemene deler is het menselijk contact met ‘de ander’ en het stimuleren van empathie. Omdat, zoals Jo het zelf zei, we meer wel dan niet met elkaar gemeen hebben.

Niet vanzelfsprekend

Wat al deze verhalen vertellen, is dat vrede en vrijheid, democratie en mensenrechten, niet vanzelfsprekend zijn. Het kan zomaar anders worden, ook in landen met een oude democratische traditie en een solide rechtsstaat, zoals het Verenigd Koninkrijk. Of in ons eigen land. Denk aan de moorden op Pim Fortuyn, Theo van Gogh en recent Derk Wiersum. Het kan ook hier en nu gebeuren. We weten alleen nooit in welke vorm en uit welke hoek het komt. De Four Freedoms die President Franklin D. Roosevelt in 1941 formuleerde – de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst, de vrijwaring van gebrek en de vrijwaring van vrees – zijn nog even actueel als tijdens de oorlog en vlak daarna, nu 75 jaar geleden.
In veel landen verhardt het politieke en maatschappelijke klimaat. Verschillen worden uitvergroot en mensen en bevolkingsgroepen tegen elkaar opgezet: Wij tegen Zij. Nationalisten en fundamentalisten van velerlei slag houden ‘de ander’ verantwoordelijk voor hun eigen gevoelens van ontheemding en onzekerheid, en stimuleren angst en haat op basis van identiteit. In hun verhalen wijken feiten voor beelden, en gemeenschappelijke waarden voor sentimenten.

Het voorspelbare gevolg is dat de maatschappelijke scheidslijnen scherper worden, en de samenleving minder tolerant en minder leefbaar. Het brengt ons verder af van de essentie van democratie: het recht op een andere mening, op het anders mogen zijn, op het jezelf kunnen zijn. Want democratie is meer dan: ‘de meerderheid beslist’. Respect voor ieder mens, voor minderheden is essentieel. Behoren we niet allemaal op bepaalde momenten in ons leven tot een minderheid? Het brengt ons ook verder af van waar de rechtsstaat voor staat: gelijke rechten voor iedereen en bescherming door de overheid van wie zwakker staan. Conflicten kunnen alleen worden opgelost als de vaak ongemakkelijke feiten mogen spreken, gemeenschappelijke waarden – zoals tolerantie, goede trouw en redelijkheid – het ijkpunt vormen en de geest van democratie en rechtsstaat gerespecteerd wordt.

Dagelijks onderhoud

Is het vijfenzeventig jaar na de bevrijding van Nederland nog nodig om onze vrijheid ieder jaar opnieuw te vieren? Ja! Onze vrijheid, onze democratie, onze rechtsstaat en onze vrije pers lijken zo normaal, maar zijn dat allerminst. Ze zijn fragiel en vergen daarom dagelijks onderhoud – door ons als collectief en door ieder van ons als individu.
Het zijn de verhalen van mijn leven die mij hebben bijgebracht dat het behoud van onze vrijheid vereist dat we zelf voortdurend kritisch blijven denken en zelfkritiek niet uit de weg gaan. Niemand heeft de waarheid in pacht. We dienen ons bij alles te blijven afvragen wat de feiten zijn, wat we ergens van vinden, waarom we het ergens wel of niet mee eens zijn. Zo blijven we openstaan voor debat – en zal het nooit een schande zijn om je mening te herzien.
Het in stand houden van onze vrijheid vergt dat we oog hebben voor onze medemens – ongeacht geslacht, huidskleur, achtergrond of geaardheid. We moeten ons uitspreken tegen intolerantie en haat. Want hoe kun je gelukkig zijn als jouw geluk ten koste gaat van het geluk van anderen? We kunnen alleen met elkaar samenleven als we een ander ook gunnen wat we voor ons zelf willen. Hoe kan een mens werkelijk vrij zijn als de ander dat niet is? Ware vrijheid verbindt.

Maar waar ik het meest van overtuigd ben, is dat vrijheid niet gebouwd wordt op grote mooie woorden, maar tot stand komt door kleine concrete daden. Daden in ons eigen huis, onze eigen levens. Daden om conflicten – groot of klein – te voorkomen. Daden om onrecht, ongelijkheid en onderdrukking uit te bannen. Daden om je medemens te laten weten dat hij of zij telt – net als jijzelf.

Die daden – groot en klein – vormen de basis voor nieuwe verhalen. Verhalen om met elkaar te delen. Verhalen die ons verbinden.

Kom vanavond met verhalen
Hoe de oorlog is verdwenen,
En herhaal ze honderd malen:
Alle malen zal ik wenen.

Kathe Kollwitz, Death Seizes a Woman

We zitten vast

We zitten vast
Voor het eerst in ons leven
Iets wat in ons zit tot last
Iets verschrikkelijk nieuws dat we moeten beleven’

Maar we begrijpen het een beetje meer
Hoe het was, om in angst te moeten zijn
Over die kille donkere straten, die gure sfeer
Waar we moeten leven in lands pijn

We begrijpen het een beetje meer
Hoe het was om alleen te zijn
In die duistere isolatie waar ik mij tot bekeer
Waar je zonder familie zit, je voelt je klein

We begrijpen het een beetje meer
Hoe het was, om onnodig mensen te verliezen
De trotse vlag en wimpel neer
We krijgen adviezen, maar niet precieze

We begrijpen een beetje meer
Hoe het was om onrecht te voelen
Wegens het zijn van een Aziatische vrouw of heer
Denken dat het hun schuld is, en op die groep te doelen

Doordat we vastzitten om een verwoestende ziekte
Zijn wij nog steeds ver af van de echte aard
Waar de angst bij ons piekte
Die de reden van onze herdenking verklaart

Geniet van het leven dat je is gebracht
Geniet van het dat ons is gegeven
Geniet van de vrijheid die ons is geschonken door de geallieerden
Geniet van de bevrijding

Winnend gedicht 2020 – Rafe Reinacher, VWO-4, De Meergronden

‘Wie de ogen sluit voor het verleden, is blind voor de toekomst’

Door Maurice Adams

“Proberen te vergeten verlengt slechts de ballingschap: het geheim van de verlossing ligt in de herinnering.” In mei 1985 haalde de toenmalige Duitse bondspresident Richard Von Weizsäcker dit Joodse spreekwoord aan. Hij deed dit tijdens zijn nog steeds lezenswaardige toespraak ter gelegenheid van veertig jaar bevrijding van de nationaalsocialistische tirannie. In zijn rede legde hij een nadrukkelijk verband met de actualiteit, omdat hij de herinnering thematiseerde als gids voor toekomstig handelen.

Vóór en ná 1940 zag ons land vluchtelingen toestromen die lang niet allemaal en dan ook nog met de nodige moeite toegang kregen. Eenmaal toegelaten, kregen deze mensen niet vanzelfsprekend de veiligheid waarop zij hadden gehoopt en die ze hadden verwacht. Dit gold voor Joden, maar ook na de oorlog, voor personen met een Nederlands-Indische achtergrond. Ook zij kregen een kille ontvangst en behandeling. Op het eiland Lampedusa, de ‘drempel van Europa’, arriveren momenteel nog bijna dagelijks vluchtelingen op zoek naar een beter leven; daarbij sterven er ook iedere dag. Zien we dit als onze zorg en verantwoordelijkheid? Of beschouwen we het meer als de nevenschade (collateral damage) van een keuze die mensen op de vlucht nu eenmaal zelf maken?

Tijdens de nationaalsocialistische overheersing was er geen sprake van een democratische rechtsstaat met een daarbij horende onafhankelijke rechtspraak. En het recht op vrije, politieke meningsuiting was nagenoeg zonder betekenis. In Duitsland zelf werd dit gelegitimeerd met een beroep op de – vermeende – volkswil van de bevolking. De huidige nationalistische regering van Hongarije heeft sinds 2010 een overweldigende meerderheid in het parlement. De laatste jaren werden onder meer de persvrijheid drastisch beperkt en het kiesstelsel hervormd ten voordele van de bestaande macht. Ook ondergaat de rechterlijke macht ingrijpende hervormingen. Hierdoor moeten zittende rechters systematisch plaatsmaken voor regeringsgetrouwe opvolgers. Bezwaren en tegengeluiden uit de politiek en de samenleving worden niet of nauwelijks gehoord. Hangt de kwaliteit van een democratie niet mede af van de manier waarop deze met andersdenkenden omgaat?

En hoe kijken we aan tegen het veranderende politieke taalgebruik? Dat lijkt er steeds vaker vanuit te gaan dat democratie niet een systeem is van omgang met politiek andersdenkenden, maar met vijanden. Zoals dat in nazi-Duitsland ook gebeurde. De voormalige Canadese politicus en publicist Michael Ignatieff stelt in zijn recente boek ‘Vuur en As’ dat er in de hedendaagse politiek steeds meer sprake is van oorlogstaal. Maar in een oorlog moeten vijanden worden verslagen of zelfs vernietigd. Zelfs het sluiten van bijvoorbeeld politieke compromissen kan dan als een vorm van verraad worden gezien.
In een democratische rechtsstaat is politiek nu echter juist een alternatief voor oorlog. Het politieke handelen heeft dan bij uitstek tot doel ons te behoeden voor een situatie waarin vreedzaam samenleven welhaast onmogelijk wordt. Dat doet de vraag rijzen in welke mate stevige politieke meningsverschillen gepaard moeten gaan met respect en tolerantie voor diegenen waarmee men van mening verschilt.

Steeds vaker treden problemen van het samenleven tussen burgers, via de route van botsende grondrechten, op de voorgrond. Grondrechten kennen geen rangorde. Zo staan het gelijkheidsbeginsel en het verbod op discriminatie op dezelfde hoogte als de vrijheid van meningsuiting. Het recht geeft dus niet op voorhand een antwoord op de vraag in hoeverre we moeten toelaten dat iedereen alles vrij kan zeggen, ook als die uitingen tot discriminatie en uitsluiting leiden. Hebben we inderdaad, zoals bij ons het geval is, een verbod op groepsdiscriminatie nodig als voorwaarde voor het in stand houden van een maatschappelijk klimaat waarin burgers elkaar als moreel gelijkwaardig beschouwen; een klimaat waarin burgers elkaar daadwerkelijk zien staan?
De geschiedenis herhaalt zich niet. Daarvoor is deze gebeurtenis te uniek. Er zijn echter wel patronen waar te nemen. Waar het op aankomt, is dat we verbanden proberen te leggen tussen unieke gebeurtenissen, zoals de systematische uitroeiing van de Joden, Roma en Sinti door de Nazi’s en meer actuele ontwikkelingen. Wel moeten we de verschillen tussen vroeger en nu duidelijk benoemen, maar we mogen het trekken van paralellen ook niet uit de weg gaan. We moeten concrete verhalen vertellen om ze van generatie op generatie door te geven en ze in stand te houden. Verhalen bijvoorbeeld over de bombardementen op Nijmegen en Rotterdam, de hongerwinter, de dwangarbeid in Zuidoost-Azië, het verzet tegen de Duitse overheersing, de ontberingen in de Japanse interneringskampen. Dat zijn we verplicht aan de generatie die de gruwelen van geweld, onderdrukking en vervolging zelf heeft meegemaakt. Deze verhalen hebben echter óók tot doel meer zicht te krijgen op de structuren die leiden tot de uitschakeling van rechtsstaat en democratie, en tot het verdwijnen van tolerantie en respect.

In dit laatste toont zich hoe geschiedenis en herinnering ook meer kunnen zijn dan de optelsom van individuele verhalen; hoe de wisselwerking tussen het verleden en het heden, en tussen het unieke en het algemene, kan worden gethematiseerd; hoe de verleden tijd in zekere zin juist niet voltooid is. Daarin ligt ook een kans besloten om huidige en toekomstige generaties waardevolle informatie aan te reiken en de noodzakelijke herinnering blijvend van waarde te voorzien. “Ik ben hier vanavond met mijn dochter en vier kleindochters. Mijn opa heeft in concentratiekamp Theresiënstadt gezeten omdat hij bij het verzet zat. Ik wil aan de volgende generatie meegeven hoe belangrijk het is om in vrijheid te leven”, aldus een deelnemer aan de Nationale Herdenking in Amsterdam.

Om ook met Von Weizsäcker te eindigen: “Wie de ogen sluit voor het verleden, is blind voor de toekomst.” Dat blijft onverminderd waar.

Ik

Wat is het mooi, om vrij te zijn,
om te bellen, praten, lachen
en te zwemmen, fietsen en lopen
met wie ik wil.
Wat is het mooi, om vrij te zijn.

Wat is het mooi, om vrij te zijn,
om te sporten, dansen en koken,
en te zingen, springen en spelen
met wie ik wil.
Wat is het mooi om vrij te zijn.

Wat is het mooi om vrij te zijn,
om te joggen, kamperen en rijden
en te vallen, groeien en op te staan,
waar en wanneer ik wil.
Wat is het mooi om vrij te zijn.

Wat is het mooi, om mezelf te zijn.

Winnend gedicht 2020 – Lorien Kindt, Helen Parkhurst